Lokaal, lokaler, lokaalst

De plaatselijke sociëteit voor kunst en cultuur minnende lieden organiseerde een groene avond. Of ik wat te eten mee wilde nemen. Lokaal eten, want dat is groen, moest het zijn. Tja, dan kom ik al snel op brandnetels, paardebloem, boter, kaas en rundvlees. Want Amsterdam wordt omringd door veenweidegebieden, vol koeien, dus melk en biefstukken. Parken, overhoekjes en hier en daar een rommelstukje zorgen voor de nodige hoeveelheid wilde planten. Ik maakte een boter met kruiden uit het Amsterdamse Bos. Amsterdamse Bosboter, veel lokaler wordt het niet! Graag had ik ook boter van een van de vele boerderijen rond de stad gehad, maar die ligt niet in de schappen van de winkels bij mij in de buurt.

Op zo’n groene avond in Amsterdam is veel aandacht voor heel verantwoord eten. Dus soja met smaakstof, maar er was ook een heel echte Amsterdamse boer… met roomijs! Dat verkopen ze in hun boerderijwinkel. Lokaal eten is een trend, maar heeft echt moeite om voorbij een leus van restaurants te komen. Oké je kan de producten van boeren rond de stad kopen op de boerenmarkt, en soms bij de boer zelf. Een handvol consequente types doen dat. Voor de rest van ons is het te veel gedoe. Logestiek is het ook heel lastig om locale producten in de supermarkt te krijgen, alles is ingericht op veel en goedkoop. Ik blijf hopen op een wonder, een hoekje in de supermarkt voor de locale boer. Maar tot die tijd let ik erop of wat ik koop in de supermarkt in Nederland geproduceerd is. Met het kopen van lokaal geproduceerd eten spreek ik mijn waardering uit voor mijn omgeving. Wildplukken doe ik ook omdat ik van de grond om mij heen houdt. Seizoenen omdat ik van de seizoen houd.

Amsterdamse bosboter,

Ter inspiratie voor de boter uit jouw buurt.

De boter heeft een basis met groene kruiden en een “dakje” van bloemen, dat ziet er mooier uit. De kleur van de bloemen verdwijnt anders makkelijk in het geheel. Maak de boter vooral rijk gevuld, het is geen knoflookbotertje, maar een kruidensmeersel.

De basis;

Neem, een paar blaadjes bijvoet, een handje hondsdraf, wat mals blad van het opschot van een lindeboom en wat blad en bloem van de zwarte mosterd. Hak fijn, en doe met wat wilde look op een bord. Ik vond vorige week de aller, aller laatste daslook van dit seizoen in een donker vochtig hoekje van het Amsterdamse bos. Je kan ook een teen van de daslook uitgraven, en die door een knoflook pers doen. Een broedbol van de kraailook, is ook een heerlijk mild wild lookje. Of een teentje knoflook persen, daar wat olie door roeren en die olie door de boter doen, wees voorzichtig met echte knoflook, dat overheerst snel. Prak er een pakje boter door en voeg ruim zout toe.

Voor het bloemendak;

Nam ik wat schermen van zevenblad, rode klaver en vogelwikke. Haal de bloempjes van de steeltjes en bij de klaver zelfs van de bloembodem af. Was de bloemen niet, strooi ze op de boter. Druk de dikke laag bloempjes zachtjes in de boter, zodat ze vast zitten. Decoreer het bloemendak met een paar madeliefjes.

Lekker met goed brood en een pilsje!

Leave a Comment

Filed under Uncategorized